Ruimtelijke Ordening
 



 

Aan het College van Burgemeester en Wethouders  van de gemeente Oosterhout

Postbus 10150

4900    GB  Oosterhout

 

         Oosteind, 23 maart 2006

 Geacht College van B en W,

 Door middel van deze brief maakt de Vereniging Belangen Oosteind haar zienswijze kenbaar ten aanzien van de door u uitgebrachte concept Strategische Gebiedsvisie Oosterhout Oost.

 Algemeen

De brief is opgedeeld in een aantal thema´s en een algemene inleiding.

Allereerst willen we opmerken dat de strategische gebiedsvisie een gedurfd, creatief en ambitieus beeld laat zien dat op het eerste gezicht aantrekkelijk overkomt. Toch moeten wij constateren dat we vanuit de belangen van het kerkdorp Oosteind geredeneerd bij nader inzien de nodige opmerkingen en bedenkingen hebben. Oosteind is geen voorstander van grootschalige ontwikkelingen in het gebied Oosteind-Zuid. Wel zien wij dat er snel wat moet gebeuren aan de verkeerssituatie rondom de Heistraat en willen wij ons dorp richting de toekomst versterken met enige woningbouw. Een aantal onderdelen van de visie zouden wij in de toekomst dan ook graag gebruikt zien, maar dan vaak wel op een andere plaats. We hopen dat we naar aanleiding hiervan met de gemeente in gesprek kunnen komen om tot een plan te komen dat zowel de belangen van Oosterhout als geheel,  als Oosteind als dorp dient.

 Wonen

In de strategische gebiedsvisie is het onderdeel wonen het meest spraakmakende, maar ook het meest onzekere deel. Er wordt gezegd dat er voor 2015 geen behoefte is aan woningen aan de oostzijde van de A27 en voor daarna is dit niet zeker vanwege de demografische ontwikkelingen. Gezien het feit dat Oosterhout nu al de meest vergrijsde gemeente in de meest vergrijsde provincie is, is het zeer de vraag of de geschetste invulling van de woningbouw in clusters, inspeelt op de behoefte aan woningbouw tegen die tijd.

Wij hebben een aantal bezwaren tegen en vraagtekens bij het plan van geclusterde woningbouw in het buitengebied:

-          Wij verwachten dat nieuwe bewoners zich niet op Oosteind zullen richten voor hun sociale voorzieningen en dus ook niet zullen integreren in het verenigings-en dorpsleven. Voor Oosteind is het daarmee geen verrijking.

-          De woningbouw kan fragmentarisch ingevuld worden en kan daarmee snel leiden tot een verrommeling van het buitengebied.

-          Voor de agrarische sector die in het gebied actief is leidt dit plan tot grote onzekerheden en waarschijnlijk tot meer overlastsituaties voor boeren en burgers.

-          Wij hebben grote vraagtekens bij de financiële haalbaarheid. Er wordt in het plan steeds gesproken over bouwen op bestaande bouwlocaties van vooral intensieve bedrijven (varkenshouderij of glastuinbouw) en het behouden van melkveebedrijven voor de landschappelijke invulling. Deze bouwlocaties zijn echter ook relatief duur. Bovendien moeten bij deze invulling ook over grote afstand nutsvoorzieningen (gas, zwaardere riolering, zwaardere stroomkabels, kabel) aangelegd worden voor relatief weinig huizen. Het beheer van het gebied en de ‘groen voor rood’regeling worden wel aangestipt, maar naar onze mening volstrekt onvoldoende uitgewerkt.

-          Sociale woningbouw is vrijwel een onmogelijkheid in deze variant. Goedkoop wonen met haast verplicht twee auto’s voor de deur vanwege het ontbreken van nabije voorzieningen is nog steeds een dure levensstijl.

-          Bij de presentaties wordt steeds aangegeven dat gemeente en landbouw in hechte samenwerking dit plan moeten realiseren. Zo zou de gemeente steeds optimaal in kunnen spelen op omstandigheden die zich voordoen. We schatten in dat op dit moment eerder sprake is van een wantrouwen. De gemeente zou nu al moeten beginnen om iemand aan te stellen die de contacten met het gebied gaat onderhouden. Dit voor een plan dat hoogst onzeker is en relatief weinig woningen betreft. Wij vragen ons af of de gemeentelijke organisatie hiervoor is toegerust om optimaal met dit soort vraagstukken om te gaan, dit vraagt namelijk een geheel andere cultuur.

 

Concluderend vinden wij het plan van geclusterde woningbouw niet goed. Vereniging Belangen Oosteind kiest in plaats van “buurten in het landschap”, voor “landschap in de buurt”. Wij zouden graag zien dat er gekozen wordt om woningbouw aansluitend aan het dorp Oosteind te laten plaatsvinden. Dit kan op diverse manieren en we hebben hier ook concreet locaties voor in gedachten. Wanneer er gekozen wordt voor een organisch groeimodel met een geleidelijke groei per jaar kunnen de nieuwe bewoners goed opgenomen worden in de dorpsgemeenschap. Ook zou deze ontwikkeling een ondersteuning vormen voor behoud van bestaande én de vorming van nieuwe voorzieningen.

Met deze ontwikkeling zou dan ook niet gewacht hoeven te worden tot 2015, maar kan bij wijze van spreken nu al begonnen worden. Wij denken hierbij aan maximaal 300 tot 400 woningen in twintig jaar. Ook hierbij kan voorzien worden in de behoefte aan landelijk wonen, alleen wel gekoppeld aan een dorpskern.

Specifieke mogelijkheden zijn er op een aantal locaties van agrarische bedrijven die nu problemen hebben met verdere bedrijfsontwikkeling vanwege hun ligging in de dorpskern. Zij kunnen in een groot aantal gevallen herbouwen op eigen grond aan bijvoorbeeld de andere kant van de kavel. Voor deze ontwikkeling is het echter wel noodzakelijk dat er ook aan de noordkant van het lint mogelijkheden tot woningbouw zijn en dat er inplaatsings-mogelijkheden komen in het buitengebied (Willemspolder, Oosteind-zuid en mogelijk de Oranjepolder). Met deze ontwikkeling kunnen meerdere belangen gediend worden.

 

Verkeer

Een opvallend punt uit de strategische gebiedsvisie is de lancering van de verlegde Heistraat. Na vijf jaar Bordtstudie komt er plotseling nog een nieuwe variant naar boven die als meest milieuvriendelijk omschreven wordt. Omdat er de nodige maatregelen genomen zouden worden rondom de weg i.v.m. geluidsoverlast zal de weg een fysieke grens vormen die in feite een heel stuk van het huidige grondgebied dat bij Oosteind hoort afsluit. Ook de mensen die aan de andere kant wonen en blijven wonen zullen dit waarschijnlijk zo ervaren. Voor ons is dit dan ook geen aantrekkelijke optie. Bovendien zullen de nodige bedrijven doorsneden worden en zijn er diverse woningen die waarschijnlijk voor dit tracé moeten wijken. Ons voorkeurstracé is nog steeds de zogenoemde Baanbrekersvariant waarbij er een nieuwe weg komt vanaf de Steenstraat in Dongen die snel richting het kanaal afbuigt en vervolgens langs het industrieterrein af aansluit op de Vijfeikenweg en de bijbehorende op- en afritten van de A27. Mogelijkheid bij deze variant is doortrekken richting Burgemeester Materlaan voor een nieuwe op- en afrit en daarmee een oplossing voor verkeer Oosterhout-zuid en Teteringen.

In de strategische gebiedsvisie komt ook weer het punt terug dat de Hoogstraat afgesloten zou worden voor autoverkeer (en landbouwverkeer?) en dus alleen toegankelijk voor voetgangers en fietsers. Echter voor Oosteind is de toegang tot Oosterhout via de Hoogstraat van groot belang en wij pleiten dan ook met volle kracht om dit onzalige idee uit de visie te halen. Wel vinden we dat de verkeerssituatie voor fietsers verbeterd wordt op dit punt.

In plaats van een nieuw fietsersviaduct ter hoogte van de Oude Dongensebaan zou gekozen kunnen worden voor een verbreding van het viaduct Hoogstraat en verbreding van de fietspaden langs de Hoogstraat.

 Werken

De strategische gebiedsvisie geeft aan dat er op relatief korte termijn plaats is voor veertig hectare bedrijventerrein en met op de langere termijn een mogelijke uitbouw naar honderd hectare. De onderbouwing voor de benodigde hectares in de stadsregio blijkt vooral gebaseerd te zijn op ervaringen vanuit het verleden. Wij begrijpen dat het lastig is om hiervoor inschattingen te maken, maar denken dat de omstandigheden nu toch sterk anders zijn dan in het verleden. Steeds meer productiebedrijven verdwijnen naar het buitenland, vaak zijn dit grote ruimtevragers. Wij denken dan ook dat in de toekomst minder bedrijventerrein nodig is, vooral ook omdat er veel ruimte vrij is en vrij komt op bestaande of nog in te richten bedrijventerreinen in de nabije omgeving. Wij verwijzen hierbij ook naar het artikel van W. Derks van de Universiteit van Maastricht over Structurele Bevolkingsdaling en de gevolgen hiervan voor het ruimtelijk beleid.

Wanneer we inzoomen op het concrete voorstel in de gebiedsvisie zien we dat voor de invulling van veertig hectare bedrijventerrein een groot gebied “geraakt” wordt. Zowel het gebied grenzend aan de A27 met clusters als de Heikant grenzend aan het huidige Everdenberg. Invulling van het gebied aan de A27 als zichtlocaties betekent tevens dat Oosteind weggestopt wordt achter bedrijventerreinen. Wij hechten erg aan de ligging van ons dorp in een open landschap en zijn hier dan ook niet gelukkig mee. Een invulling van een klein gedeelte van de Heikant heeft echter wel gevolgen voor het hele gebied, hier zal dan ook nadrukkelijk aandacht moeten zijn voor de landschappelijke inpassing. Maar dit staat dan mogelijk weer op gespannen voet met mogelijke latere doorontwikkeling.

Wij vragen op dit punt van u dan ook een goede onderbouwing van de plannen en een heel doordacht beleid. De keuzes zijn niet vrijblijvend, maar hebben gevolgen voor woonomgeving, landschap, landbouw, cultuurhistorie etc.

 Conclusie

Het geheel overziend zijn er dus nogal wat zaken waar we op- en aanmerkingen bij hebben, zonder het algemeen belang tekort te willen doen. Wij verzoeken u naar aanleiding van uw visie en onze insteek in gesprek te komen om te bezien of er een andere invulling van uw plannen mogelijk is, die ook recht doet aan de belangen van het kerkdorp Oosteind.

 Vervolgens verzoeken we u zo spoedig mogelijk duidelijkheid te verstrekken aan de eigenaren van woningen, bedrijven en gronden in het gebied waar concrete plannen bestaan en waar niet. Een Wet Voorkeursrecht Gemeenten kan niet gebruikt worden voor een visie die mogelijk over vijftien jaar ingevuld wordt. De dynamiek in het gebied wordt ernstig belemmerd door de WVG en daarom is zo spoedig mogelijke helderheid gewenst.

 

 

Hoogachtend, Vereniging Belangen Oosteind

 Mw. S. van Strien (voorzitter)                                          Mw. M. Gommers (secretaris)

 

Correspondentie-adres: Provincialeweg 46c, 4909AK  Oosteind     

 

 


 

 
Copyright © 2006 Ruimtelijke Ordening